waterpompwijzerVergelijk pomptypes ↗
Bronpompen

Bronpomp kiezen voor jouw waterbron

Kies een bronpomp op de ruimte in de bronbuis, de bronopbrengst en het waterpeil tijdens pompen. Bekijk daarna hoeveel water de pomp bij de benodigde druk levert. Alleen de brondiepte of het maximale aantal liters per uur is onvoldoende. Ook waterkwaliteit, koeling en regeling moeten passen.

Bijgewerkt op

Langwerpige bronpomp op een droge steun naast een miniatuurwaterput

Begin bij wat de bron kan leveren

Een bronpomp staat in het water en brengt het onder druk omhoog. Dat is handig bij een diepe of smalle bron waar een bovengrondse pomp niet goed past. Maar de pomp kan alleen blijven leveren als er genoeg water naar de bron toestroomt.

Laat daarom vóór de pompkeuze vaststellen hoeveel water de bron bij een bepaalde afname kan leveren en hoe ver het peil daarbij zakt. Een bron die zonder pompen vol lijkt te staan, bewijst niet dat hij ook een sproei-installatie kan blijven voeden. Kijk bij je gewenste gebruik naar de hoeveelheid water die tegelijk nodig is. De beregeningspompgids helpt bij de afname van sproeiers.

Moet de bron nog worden gemaakt? Vraag dan om de maatvoering, de bodem- en filteropbouw, de beproefde opbrengst en informatie over het water. Een boorgat laten maken en een passende pomp kiezen zijn twee verschillende onderdelen van het werk. Kies de pomp zodra de gegevens van de bron bekend zijn.

Controleer ook vooraf welke regels op de locatie gelden. Volgens IPLO kunnen provincie en waterschap regels stellen aan grondwateronttrekking, bijvoorbeeld voor beregening. Dat kan gaan om een vergunning, melding of informatieplicht. In grondwaterbeschermingsgebieden kunnen extra beperkingen gelden. Een kleine pomp of gebruik op eigen terrein betekent dus niet vanzelf dat je zonder verdere controle mag pompen.

Welke diameter past in de bronbuis?

Vergelijk de kleinste werkelijke binnendiameter van de bron met de vereiste ruimte voor de complete pomp. Een aanduiding in inch of de buitenmaat van de bronbuis is daarvoor niet genoeg. Kijk naar de minimale boorgatdiameter die bij de exacte pompuitvoering hoort.

Neem ook de ruimte voor kabelbescherming, aansluitingen en andere uitstekende delen mee. De pomp moet niet alleen naar beneden kunnen, maar later ook veilig terug te halen zijn. Een krappe buis, een bocht of een versmalling kan dat verhinderen, zelfs als de pomphuisdiameter op papier past.

Laat bij twijfel controleren of de pomp met alle aansluitingen door de hele bronbuis past. Kies niet op basis van een vaste extra marge die voor iedere bron hetzelfde zou zijn. Ook de ruimte rond de motor kan van belang zijn voor de koeling.

Waterpeil, pompdiepte en opvoerhoogte verschillen

Het statische waterpeil is het niveau wanneer je niet pompt. Het dynamische waterpeil is het niveau tijdens een bepaalde waterafname. Dat tweede peil kan lager liggen. Hoe ver het zakt, hangt samen met de bron en de hoeveelheid die je onttrekt.

Daarnaast heb je de diepte waarop de pomp hangt en de totale diepte van het boorgat. Die 4 gegevens vertellen elk iets anders. Voor de hoogte die het water moet overbruggen, begin je bij het dynamische waterpeil en eindig je bij het afnamepunt. Daar komen de gewenste druk en leidingverliezen bij.

Neem een gekozen voorbeeld met het water tijdens pompen 12 meter onder maaiveld. Het afnamepunt ligt 2 meter boven maaiveld. Je wilt daar 2 bar druk en rekent in dit voorbeeld met 5 meter leidingverlies bij een afname van 2 m³ per uur.

Gekozen voorbeeld van benodigde opvoerhoogte
OnderdeelBijdrage aan de opvoerhoogte
Van dynamisch waterpeil naar afnamepunt12 + 2 = 14 m
Gewenste druk van 2 barOngeveer 20,4 m waterkolom
Leidingverlies bij de gekozen afname5 m
SamenOngeveer 39,4 m bij 2 m³/u

Stel dat de pomp op 20 meter diepte hangt in een bron van 30 meter diep. Dan tel je niet alsnog 20 of 30 meter bij deze som op. Het water staat immers ook boven de pomp. De lengte van de leiding vanaf de pomp telt wel mee bij het werkelijke leidingverlies. De gekozen 5 meter is dus geen standaardwaarde voor iedere installatie.

Je zoekt vervolgens een pomp die bij ongeveer 39,4 meter opvoerhoogte de gekozen 2 m³ per uur kan leveren. Een pomp met alleen ‘maximaal 40 meter’ op de verpakking is daarmee nog niet geschikt. Bij de maximale hoogte kan er nauwelijks waterafgifte overblijven. Bekijk het werkpunt in de grafiek en controleer of de bron die afname ook aankan. Meer uitleg staat bij capaciteit en opvoerhoogte.

Afbeelding nog toe te voegen: doorsnede van een bron met statisch waterpeil, lager dynamisch peil, pomp en bronbodem. Laat de vier verschillende hoogtes zien en laat zien dat de hoogte die het water moet overbruggen bij het dynamische peil begint. Gebruik geen universele plaatsingsmarges.

Hoe diep moet de bronpomp hangen?

Laat de plaats bepalen vanuit het laagste te verwachten waterpeil tijdens gebruik én de installatievoorwaarden van de pomp. Alleen ‘een stukje onder het water’ is niet voldoende. De inlaat, motor en benodigde onderdompeling moeten ook bij dalend peil goed blijven werken. Controleer ook hoe ver deze uitvoering maximaal onder het waterpeil mag worden geplaatst.

De stroming langs de motor kan nodig zijn voor de koeling. Daarbij telt mee waar het water de bron instroomt en hoe de pomp ten opzichte van het bronfilter hangt. In sommige opstellingen is een koelmantel nodig om het water langs de motor te leiden. Laat dat bij de bron en de gekozen uitvoering beoordelen. Er is geen vaste hangdiepte die voor iedere pomp en ieder boorgat klopt.

Let daarnaast op zand en andere waterbestanddelen. Een opgegeven zandtolerantie is geen toestemming om een nieuwe, nog zanderige bron met de uiteindelijke pomp schoon te pompen. Laat de bron eerst goed ontwikkelen. Blijft hij zand leveren, onderzoek dan de oorzaak in plaats van alleen een zwaardere pomp te plaatsen.

Controleer de toegestane vloeistof en materialen bij de waterkwaliteit van de bron. Een pomp die goed met schoon grondwater werkt, is niet automatisch geschikt voor agressief, zout of sterk vervuild water. Dat de pomp water uit een bron omhoogbrengt, bewijst ook niet dat het drinkwater is.

Regeling en aansluiten horen bij de keuze

Kijk niet alleen naar de pomp, maar ook naar de regeling. Moet hij op druk starten, op een vast moment draaien of een wisselende afname volgen? Een drukschakelaar met vat werkt anders dan een geschikte regeling die het toerental aanpast. Niet iedere pomp kan met iedere frequentieregelaar worden gecombineerd.

Controleer afzonderlijk de bescherming tegen een laag waterpeil en de motorbeveiliging. Een droogloopfunctie werkt onder bepaalde voorwaarden en vervangt geen bron met voldoende aanvoer. Ook kleine waterafnames kunnen andere eisen aan het schakelen stellen dan langdurig sproeien.

Laat de voeding, kabel, eventuele schakelkast en leidingdruk bij de exacte pomp passen. Die onderdelen zijn niet in ieder pakket hetzelfde. De installatie moet bovendien de maximale druk van de gekozen pomp aankunnen. Voer geen elektrische aansluitingen of controles uit vanuit water.

Vraag de installateur om de gekozen afhangdiepte, het werkpunt en de beveiligingen vast te leggen. Zo kun je later nagaan wat er veranderd is als de pomp minder water levert of vaker aan en uit gaat. Voor het plaatsen en de eerste proef ga je verder bij een bronpomp aansluiten. De verschillende regelingen vind je bij pompbesturing.

Bronnen

Lees hoe Waterpompwijzer bronnen en productverwijzingen gebruikt.

Terug naar boven ↑