waterpompwijzerVergelijk pomptypes ↗
Dompelpompen

Dompelpomp kiezen: welke past bij jouw afvoerklus?

Kies een dompelpomp eerst op het water dat je wilt afvoeren. Bepaal daarna hoe weinig water mag achterblijven, of de pomp vanzelf moet schakelen en welke afvoerroute nodig is. Een hoog aantal liters per uur alleen zegt niet of de pomp jouw klus aankan.

Bijgewerkt op

Opvangbak met losse afvoerslang en vlotter op een droog podium

Hoe werkt een dompelpomp?

Een dompelpomp staat in het water dat je wilt verplaatsen. De pomp voert het water via een aangesloten slang af. Je hoeft dus geen losse aanzuigslang vanaf een pomp op de kant naar het water te leggen.

Voor een ondergelopen vloer, een put of het leegmaken van een reservoir kijk je naar een afvoerpomp. Wil je juist een sproeier van voldoende druk voorzien? Dan heb je mogelijk een dompeldrukpomp nodig. Dat beide onder water kunnen staan, maakt ze nog niet geschikt voor dezelfde klus. In onze algemene pompkeuze zie je welk pomptype bij de functie past.

Hoe diep mag de pomp onder water? Kijk daarvoor naar de maximale dompeldiepte van het apparaat. Die zegt hoe diep hij onder het wateroppervlak mag staan. Hoe hoog hij water kan opvoeren, is een ander gegeven.

Schoon of vuil water: wat moet de pomp aankunnen?

Kies op basis van wat er in het water zit. Helder water uit een reservoir vraagt iets anders dan water met bladeren of vaste deeltjes. De aanduiding vuilwaterpomp betekent niet dat zand, modder en vezels allemaal zijn toegestaan.

Welke afvoerfunctie past bij het water?
SoortWanneer bekijken?Belangrijkste grens
SchoonwaterpompHelder of volgens de fabrikant licht vervuild waterToegestane deeltjes en vloeistof controleren
VuilwaterpompWater met vaste deeltjes die de pomp mag verwerkenEen ruime doorlaat bewijst geen geschiktheid voor zand, vezels of toiletwater
2-in-1-pompZowel vuilwaterafvoer als een lagere afzuigstand nodigStand omzetten kan nodig zijn, de laagste stand geldt niet vanzelf voor vuil water

Kijk bij vaste deeltjes naar de toegestane diameter én de omschrijving van het soort vuil. Een passend steentje is iets anders dan een lange vezel die kan blijven hangen. Is het water dik van het slib of vermoed je olie of chemicaliën? Laat eerst vaststellen welke pomp en afvoerroute daarvoor geschikt zijn. Gebruik geen gewone drainagepomp voor toiletwater zonder uitdrukkelijke geschiktheid. Meer hierover staat bij vuilwaterpompen.

Hoeveel water blijft er staan?

Vergelijk niet alleen het laagste getal in millimeters. Je hebt 3 gegevens nodig: het startniveau, waarbij de pomp kan beginnen, het stopniveau van de automatische schakeling en het restwaterniveau dat na het pompen overblijft. Kijk bij elk getal welke stand erbij hoort.

Een laag restniveau in de handmatige stand betekent niet dat de pomp een ondiepe plas automatisch herkent. Ook kan een vlotter de pomp al uitschakelen voordat de laagste afzuighoogte is bereikt. Voor een vloer die je wilt nadrogen is juist dat verschil van belang. Een vlakzuigpomp verdient dan extra aandacht.

Weinig millimeters kunnen veel liters zijn. Stel dat een vlakke vloer 20 m² groot is en er geen water meer bij komt. Bij een overal gelijke laag van 25 mm staat er nog 500 liter. Bij 2 mm is dat 40 liter. We rekenen met oppervlakte × waterhoogte: 20 × 0,002 × 1.000 = 40 liter.

Dit zijn gekozen rekenvoorbeelden, geen gemeten pompresultaten. Een scheve vloer, voegen en plaatselijke laagtes veranderen wat er achterblijft. Het verschil maakt wel duidelijk waarom pompen alleen niet altijd genoeg is. De grote hoeveelheid water is weg, maar voor de laatste laag heb je nog een andere oplossing nodig.

Afbeelding nog toe te voegen: doorsnede van een pomp op een vloer, met apart aangegeven startniveau, automatische stop en restwater. Doel: zichtbaar maken dat het laagste restniveau niet hetzelfde is als automatisch starten.

Past de vlotter in de put?

Een vrij bewegende vlotter moet omhoog en omlaag kunnen zonder tegen een wand, slang of leiding te blijven hangen. Meet daarom de beschikbare ruimte rondom de pomp. Alleen de breedte van de pomp bekijken is onvoldoende.

Bij een ingebouwde niveausensor gelden weer andere plaatsingsvoorwaarden. Controleer de vereiste inbouwruimte en de schakelstanden van die uitvoering. Test na plaatsing een volledige cyclus met stijgend en dalend water, vanaf een veilige plek. Zo zie je of de pomp op tijd begint én stopt.

Sommige vlotters kun je vastzetten om handmatig verder af te pompen. De pomp stopt dan niet meer doordat de vlotter zakt. Gebruik die stand alleen volgens de instructies en blijf toezicht houden. Voor een put die steeds volloopt is automatisch schakelen meestal bruikbaarder dan de laatste millimeters wegpompen. De afvoer moet dan ook de blijvende instroom aankunnen. Kan uitval veel schade veroorzaken? Laat dan ook beoordelen welke storingsmelding of aanvullende voorziening nodig is.

Capaciteit hangt ook van de afvoer af

Een pomp met een groot maximaal debiet voert niet in iedere opstelling zoveel water af. Het water moet omhoog en door een slang. Hoogteverschil, slangmaat, lengte, bochten en knikken bepalen hoeveel er onderweg van de prestaties overblijft.

Meet de route tot het uitstroompunt en kijk in de pompcurve welke opbrengst daarbij beschikbaar is. Tel niet simpelweg horizontale meters op bij de verticale hoogte. De horizontale route telt via de weerstand van de leiding mee. Maximale opvoerhoogte en maximaal aantal liters per uur zijn twee uitersten, geen prestaties die je tegelijk krijgt.

Gebruik een slangmaat die past bij de pomp en de gewenste afvoer. Een smalle tuinslang op een ruime pompaansluiting kan de afvoer beperken. Houd de route zo kort en vrij mogelijk. De capaciteitsgids legt het werkpunt verder uit. Voor passende maten kijk je bij slangen en koppelingen.

Controleer ook waar het water terechtkomt. Het moet daar kunnen worden opgevangen of afgevoerd en mag niet teruglopen naar dezelfde ruimte. Welke afvoer is toegestaan, hangt mede af van de herkomst en vervuiling van het water.

Veilig plaatsen en gebruiken

Ga een ondergelopen ruimte niet in als je niet weet of de elektrische installatie veilig is. Laat die situatie eerst veiligstellen. Laat een elektricien de voeding en aansluiting controleren wanneer die door het water geraakt kunnen zijn.

Werk alleen vanaf een droge, veilig bereikbare plek. Koppel de pomp daar los van de stroom voordat je hem plaatst, verplaatst of schoonmaakt. Controleer kabel en stekker en gebruik een beschadigd apparaat niet. Houd stekkerverbindingen buiten het gebied dat kan overstromen. De juiste voeding en beveiliging moeten voldoen aan de instructies van het gekozen apparaat.

Laat de pomp zakken met de draaggreep of de voorgeschreven hijsvoorziening, nooit aan de stroomkabel. Plaats hem stabiel en houd de inlaat vrij van blokkades. Raak tijdens het pompen het water niet aan. Volg voor de complete montage onze gids dompelpomp aansluiten.

Komt er geen water uit de slang? Schakel hem vanaf een droge, veilige plek uit en bekijk dompelpomp pompt niet. Open geen elektrische onderdelen om de oorzaak te zoeken.

Bronnen

Lees hoe Waterpompwijzer bronnen en productverwijzingen gebruikt.

Terug naar boven ↑